Groep 1
-Telt voorwerpen tot en met 10 synchroon.
-Benoemt waar iets zich bevindt door middel van voor, achter, naast, in, op, onder, dichtbij, ver.
Groep 2
-Zegt de telrij op van 0-20.
-Telt terug vanaf getallen t/m 10.
-Lost eenvoudige optel en aftrekproblemen in betekenisvolle situaties handelend op tot tenminste 10
-Kan gebeurtenissen in de goede volgorde beschrijven, ordenen en uitleggen.
-Vouwt 16 vierkantjes en de vlieger
Extra uitdaging
-Telt voorwerpen synchroon tot 20. Telt verkort door vanaf verschillende getallen t/m 20. Kan starten met een herkende hoeveelheid (bv 4). Telt terug vanaf getallen t/m 20.
-Herkent en benoemt de volgorde van de getalsymbolen in de getallenrij t/m 20.
-Schrijft de getallenlijn t/m 20.